Presentaties 2020

Hieronder staan de samenvattingen van de presentaties op 12 maart 2020 worden gehouden.

SESSIE 1: 

Prof. dr. Louise Vet 
Oud-directeur NIOO-KNAW en hoogleraar Evolutionaire Ecologie WUR
Deltaplan Biodiversiteitsherstel: samen werken aan een rijker Nederland
De huidige strategie om het verlies aan biodiversiteit te stoppen heeft gefaald en de gevolgen ervan worden steeds duidelijker. Waar zijn de insecten gebleven? Wie hoort er nog een grutto? Tijd voor een drastische verandering van ons grondgebruik, maar hoe krijg je dat voor elkaar in een tijd van polarisatie, sociale en politieke spanningen? In deze lezing neem ik u mee in de ambitie van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel waarbij onderzoekers, boerenorganisaties, voedselketenpartners, natuur- en milieuorganisaties en overheden de krachten bundelen om het verlies aan biodiversiteit in Nederland terug te dringen. Hier is de focus op positieve samenwerking binnen een gebiedsgebonden aanpak, met een duidelijke stip op de horizon. Want crises zijn niet alleen maar verontrustend, ze bieden ook onverwachte kansen. Doet u mee?

SESSIE 2:

Ir. Joop Spijker 
  - DEZE LEZING IS VOL - 
Senior onderzoeken bij Wageningen Environmental Research (KennisCentrum Eikenprocessierupsen)
Leidraad beheer eikenprocessierups
In 2018 en 2019 was er op vele plekken in het land een erg hoge plaagdruk van de eikenprocessierups. Er kwamen veel meldingen van gezondheidsklachten en het aantal meldingen bij de huisarts was vergelijkbaar met een stevige griepepidemie. In deze presentatie wordt aangegeven op welke wijze de beheerder een ongewenste plaagdruk kan aanpakken. Hoe kunnen prioriteiten worden gesteld in de preventieve bestrijding, hoe kan gebruik worden gemaakt van natuurlijke plaagonderdrukking, hoe kunnen negatieve effecten op beschermde soorten worden voorkomen. In de presentatie wordt kort ingegaan op de leefwijze van de eikenprocessierups. Uitgebreid wordt de gestructureerde aanpak van de Leidraad beheersing eikenprocessierups toegelicht.

Dr. Gerard Oostermeijer 

Docent bij Universiteit van Amsterdam (Instituut voor Biodiversiteit en Ecosysteem Dynamica), bestuurslid Stichting Het Levend Archief en voorzitter Stichting Science4Nature
Het Levend Archief: een levende zaadbank voor herstel van de wilde flora
De genetische diversiteit van onze wilde plantensoorten verschraalt in rap tempo. Dat komt niet alleen door de versnippering en degradatie van leefgebieden, waardoor populaties klein worden en diversiteit verliezen. Het komt ook door regelmatig goedbedoeld, maar ondoordacht verspreiden van gebiedsvreemd zaaigoed. Plantenpopulaties hebben zich door een lang proces van natuurlijke selectie vaak evolutionair aan hun lokale leefgebied aangepast. Die aanpassingen zijn dikwijls onzichtbaar, maar zijn wel van groot belang voor de overleving van de soorten. Vermenging met vreemd zaaigoed kan daardoor onbedoeld allerlei nadelige effecten hebben. Stichting Het Levend Archief heeft zich tot doel gesteld om de genetische diversiteit van de wilde flora van Nederland veilig te stellen, zodat deze waar nodig kan worden ingezet bij het gebruiken van gebiedseigen materiaal voor het inrichten van het landschap (zoals dijkflora na ophoging) en bij de versterking van bestaande populaties van bedreigde soorten of eventueel herintroductie in herstelde leefgebieden. Daartoe worden zaden verzameld van – in eerste instantie – bedreigde soorten en de wilde verwanten van onze cultuurgewassen, met daarna uitbreiding naar de hele Nederlandse flora. De zaden worden volgens vaste, wetenschappelijk onderbouwde protocollen verzameld, en vervolgens voor langere tijd droog of ingevroren opgeslagen in de Nationale Zadencollectie. Aan het Levend Archief dragen inmiddels vele organisaties bij die de wilde flora een warm hart toedragen. In deze presentie zal ik verder uitweiden over de noodzaak van de Nationale Zadencollectie, de opzet en organisatie van het Levend Archief en over alles wat er komt kijken bij het verantwoord verzamelen van zaden uit populaties van wilde planten en het eventueel gebruiken ervan voor herstelmaatregelen. 

Pim Lemmers MSc 

Onderzoeker en adviseur bij Natuurbalans - Limes Divergens BV
Waar blijft de hazelmuis in de winter, en daarna?
De hazelmuis is te vinden in het zuidoostelijke deel van Limburg. Van de verspreiding is inmiddels veel bekend, maar waar de dieren in de winter verblijven is echter onbekend. Die kennis is van groot belang aangezien de overwinteringlocatie grote gevolgen heeft voor het berm-, bos- en struweelbeheer. Met behulp van piepkleine zendertjes zijn een twintigtal hazelmuizen op de voet gevolgd, vanaf het najaar 2019 de winter in. In deze periode hebben de dieren ons meerdere malen weten te verrassen met hun habitatgebruik en nestlocatiekeuze. Diverser dan gedacht, misschien onderschatten we deze Limburgse struikbewoners wel. De presentatie toont de bevindingen van ons onderzoek en hoe de nieuwe kennis kan bijdragen aan een betere bescherming en instandhouding van de hazelmuis.

SESSIE 3:

Anne Reichgelt 

Adviseur beheerpraktijk bij Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren (VBNE)
Bos versus natuur – het gesprek over de Bossenstrategie
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft in 2019 toegezegd aan de Tweede Kamer om een Bossenstrategie op te stellen. Directe aanleiding was de maatschappelijke commotie rondom houtkap. Maar het is ook een manier om uitvoering te geven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord. In deze presentatie zal ik vertellen over de ideeën van de VBNE leden en onze partners over wat er in de Bossenstrategie aan de orde zou moeten komen. Ik leg een link met het Bosbeleidsplan 1994-2020 en het Klimaatakkoord. Ook zal ik u laten zien dat we als bos- en natuursector op moeten passen dat we niet het verkeerde gesprek voeren, anders loopt de spreekwoordelijke derde hond met het been heen.

Raymond Klaassen 
- DEZE LEZING IS VOL -
Onderzoeker bij Rijksuniversiteit Groningen en Grauwe Kiekendief Kenniscentrum Akkervogels
Ecologisch onderzoek naar akkervogels helpt verschillen in trends tussen soorten te verklaren
Akkervogels zitten in zwaar weer. Maar niet alle soorten nemen even hard af. Bijvoorbeeld de Gele Kwikstaart doet het relatief goed in akkerbouwgebieden. Hoe kan dit, en biedt dit misschien aandachtspunten voor de bescherming van akkervogels in het algemeen? Om deze vragen te beantwoorden hebben we in Oost Groningen intensief naar de broedbiologie van Veldleeuweriken en Gele Kwikstaarten gekeken. Twee soorten die op het eerste gezicht heel erg op elkaar lijken, als zijnde insectenetende zangvogels die op de grond in akkers broeden. Echter, de soorten bleken enorm te verschillen in hun ecologie en gedrag, maken geheel andere keuzes, waardoor ze het landschap heel anders gebruiken. Deze verschillen konden ook verklaren waarom de Veldleeuwerik zo hard achteruit gaat en de Gele Kwikstaart niet. Het voorbeeld laat de waarde van gedetailleerd broedbiologisch onderzoek voor de bescherming van akkervogels zien.

Mark Scheepens 
 - DEZE LEZING IS VOL - 
Aquatisch ecoloog bij Waterschap De Dommel
De Tongelreep: van 'tob'beek naar topbeek 
Deze presentatie zal gaan over de ontwikkeling van de beek de Tongelreep en het beekdal: hoe de waterkwaliteit tot aan 1970 verslechterde en daarna weer opkrabbelde en de laatste jaren sterk verbeterde. Welke maatregelen zijn genomen en welke uitdagingen zijn er nog te gaan? Hoe belangrijk is niet alleen de ontwikkeling van de beek maar ook van het beekdal met een integrale benadering? Wat is er mogelijk als functies in het beekdal voor het grootste deel volgend zijn op het waterpeil? Daarnaast worden de laatste ecologische ontwikkelingen besproken en ook welke maatregelen de komende jaren nog genomen gaan worden om de “enige beek” in Brabant die volgens de KRW een volledig natuurlijke doelstelling heeft waar te maken.

SESSIE 4: 

Dr. ir. Willemijn Tuinstra 

Adviseur omgaan met kennis in beleid bij Open Universiteit en Tuinstra Kennisadvies
Gebruik van ecologische kennis: logisch! Of toch niet? Betwiste kennis en de rol van de expert.
Fokke en Sukke gingen er 15 jaar geleden al direct iets aan doen: Fokke: “de vervuiling overschrijdt alle normen!”, Sukke: “Waar is de sul die normen heeft vastgesteld?” Daar konden we toen om lachen. Nu kijken we al niet meer vreemd op als er trekkers voor het RIVM staan en mensen verhaal komen halen bij degenen die de kennis achter de normen hebben aangeleverd. Als (ecologische) expert kunnen je er niet meer van uitgaan dat je kennis overal wordt geaccepteerd. Hoe kun je daarmee omgaan? Ik vertel aan de hand van het pas verschenen boek Environmental expertise: Connecting Science, policy and Society over de oorzaken van controverses, over de beperkingen van kennis en de (on)mogelijkheden om open te zijn over onzekerheid.

Ir. Hank van Tilborg 

Directeur bij H+N+S Landschapsarchitecten 
Johannes Regelink 

Organisatie-ecoloog bij RANOX Natuuraannemer en Squarewise
De transitie naar natuurinclusief realiseren: hoe jij kunt helpen!
Een natuurinclusieve samenleving: de droom van iedere ecoloog. Wij zien die droom meer en meer werkelijkheid worden, maar dat gaat niet vanzelf. In deze presentatie nemen we je mee naar ons toekomstbeeld: hoe wij denken dat natuurinclusief ontwerpen en realiseren in de toekomst onderdeel wordt van onze samenleving. Aan de hand van een praktijkvoorbeeld wordt duidelijk wat jij kunt doen. Vervolgens sluiten we af met een palet aan inspirerende voorbeelden: er is meer mogelijk dan menig ecoloog denkt. Wees niet te bescheiden: denk, durf, doe!


Ir. Barend de Jong  
Dr. Casper Cusell 
Aquatisch ecologen bij Witteveen+Bos
Uitheemse rivierkreeften - we moeten ermee leren leven!?
De aandacht voor uitheemse rivierkreeften neemt toe. Wellicht wat laat. De gevlekte Amerikaans rivierkreeft is dit jaar precies 52 jaar in Nederland aanwezig. Er hebben zich sindsdien nog vijf soorten gevestigd. Een zesde soort diende zich vorige jaar aan. Kunnen we het tij nog keren? Laat u in 30 minuten bijpraten over alles wat we tot nu toe weten, gebaseerd op recente literatuurstudies en nieuwe onderzoeken.


SESSIE 5: 

Ing. Ferdinand ter Schure
Coördinator landschapsbeheer bij Brabants Landschap
Dragen zandwegen in agrarisch gebied bij aan biodiversiteit?
Zandwegen in het buitengebied worden steeds zeldzamer. Voor Stichting De Brabantse Hoeders, de Brabantse Milieufederatie en Brabants Landschap is dit aanleiding geweest om zandwegen onder de aandacht te brengen. Als landschapselement hebben ze een grote landschappelijke, cultuurhistorische en recreatieve waarde. Maar hoe zit het met de natuurwaarde? Brabants Landschap heeft hier in 2019 onderzoek naar laten verrichten.


Jeroen Mos 
Bestuurslid Stichting Kleine Marters (SKM) en adviseur ecologie bij MOS – Ecologisch Advies en Onderzoek
Onderzoek naar kleine marters: de eerste stappen naar succesvolle bescherming?

Negatieve trend…of valt het wel mee? Dit vraagstuk heeft tot nu toe geresulteerd in dat sinds 2017 diverse provincies in Nederland de wezel, hermelijn en bunzing niet meer hebben vrijgesteld bij ruimtelijke activiteiten. Van initiatiefnemers wordt verwacht dat zij door middel van een effectenanalyse inzichtelijk maken of hun handelen negatieve gevolgen heeft voor deze soorten. Gezien de complexe leefwijze van kleine marters is dat geen eenvoudige opgave. In deze presentatie wordt stilgestaan bij de verschillende uitdagingen die wij hierbij op ons pad tegenkomen. Van de op dit moment aanwezige bruikbare en betrouwbare onderzoekstechnieken, waar als sinds de jaren '80 mee wordt geworsteld, tot het interpreteren van de uiteindelijke veldgegevens en de vertaling hiervan naar effectieve maatregelen. Valkuilen, tips en aandachtspunten passeren de revue aan de hand van voorbeelden en ervaring uit de praktijk. Dit alles ter behoud van deze schitterende, intrigerende maar zeer verborgen soortgroep.

Dr. Jan Staes 
 - DEZE LEZING IS VOL -
Onderzoeker bij Universiteit Antwerpen (onderzoeksgroep Ecosysteembeheer)
Gebruik van ecosysteemdiensten bij het opstellen van gebiedsvisies 
De maatschappij maakt gebruik van een brede waaier aan goederen en diensten die geleverd worden door natuur en landschap. Dit noemen we ecosysteemdiensten. De analyse van de geleverde ecosysteemdiensten en de veranderingen daarin door een ruimtelijk plan of project geeft een gekoppeld beeld van de functioneel-ecologische, socio-economische en culturele gevolgen van dat ruimtelijk plan of projectontwikkeling voor mens en maatschappij en is dan ook een waardevol element in de visievorming en besluitvorming voor gebiedsontwikkeling. Op welke wijze kan de opmaak en besluitvorming van ruimtelijke ontwikkelingsprocessen geoptimaliseerd worden door gebruik te maken van het ecosysteemdienstenconcept en zo beter tegemoet te komen aan nieuwe en bestaande maatschappelijke uitdagingen? De Onderzoeksgroep Ecosysteembeheer (Universiteit Antwerpen) ontwikkelde methoden om ecosysteemdiensten te integreren in visievorming en besluitvorming en paste deze ook toe in verschillende projecten. Aan de hand van praktijkvoorbeelden trachten we deze vragen te beantwoorden.

SESSIE 6:

Sander Hunink Bsc. 

Adviseur natuurwetgeving en ecoloog bij Ecologica
Natuurwetgeving: nieuwe ontwikkelingen
De ontwikkelingen in en rondom natuurbeschermingsrecht hebben de afgelopen tijd zeker niet stilgestaand: het is een dynamisch jaar geweest. Tijdens deze presentatie praat ik u bij over alle recente ontwikkelingen in de natuurwetgeving, relevante jurisprudentie en wat de gevolgen hiervan zijn. Daarnaast staat de Omgevingswet ook voor de deur. Wat levert de Omgevingswet voor knelpunten en kansen voor natuurbescherming?

Dr. Michiel Verhofstad 

Aquatisch ecoloog en projectleider bij FLORON
Kunstmatig natuurlijk - een verhaal over Nederlandse oevers
De laatste jaren zijn er duizenden kilometers aan Natuurvriendelijke oevers (NVO’s) aangelegd en jaarlijks komen er nog vele kilometers bij. Maar werken ze eigenlijk wel? Om dit te onderzoeken startte FLORON in 2017, samen met RAVON, de WUR, 7 waterbeheerders, 2 provincies en de STOWA, met een grootschalig onderzoek naar de ecologische meerwaarde van NVO’s langs lijnvormige wateren voor planten, vissen én macrofauna. In deze lezing presenteren we de eerste resultaten na 2 jaar onderzoek.

Prof. dr. ir. Kees van Gestel
Hoogleraar Ecotoxicologie van Bodemecosystemen bij de Vrije Universiteit (Afdeling Ecologische Wetenschappen)
Ecotoxicologische effecten van gif in de bodem

Bestrijdingsmiddelen en andere chemische stoffen kunnen een risico vormen voor het leven in de bodem. In deze presentatie zullen voorbeelden worden gegeven van stoffen en situaties waarin er daadwerkelijk gevaar dreigt voor organismen in de bodem. Dit betreft o.a. de toepassing van neonicotinoïden (inmiddels sterk ingeperkt) en de residuen van (vele) bestrijdingsmiddelen die worden gevonden in landbouwgronden. Daarbij zal worden ingegaan op de wijze waarop eco(toxico)logische risico’s van deze en andere stoffen worden beoordeeld. Tenslotte zal de ontwikkeling van specifieke beschermdoelen voor bestrijdingsmiddelen, die moeten bijdragen aan bescherming van biodiversiteit en ecosysteemdiensten, worden besproken. Deze beschermdoelen zijn onderwerp van een discussie die op dit moment op Europees niveau wordt gevoerd.

SESSIE 7:


Ir. Joep Dirkx  
Senior onderzoeker natuurbeleid bij Wageningen University & Research (Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu)
Op naar een nieuw natuurverhaal?
Er zijn fundamentele transities in onze economie en samenleving nodig om de teloorgang van natuur te stoppen, constateerde het IPBES in mei vorig jaar. Met de huidige aanpak van natuurbescherming blijkt dat namelijk niet te lukken. Een belangrijke reden daarvoor is dat deze aanpak zich onvoldoende richt op de oorzaken van biodiversiteitsverlies. Hoewel het IPBES-rapport zich op het wereldwijde biodiversiteitsverlies richt, gelden de conclusies ook voor de Nederlandse situatie. Doelen blijven ver buiten bereik. En ook met een forse plus op de huidige aanpak zullen ze buiten bereik blijven, zo laten de eerste analyses van de Natuurverkenning 2050 zien. De ruimtelijke scheiding tussen natuur in natuurgebieden en andere functies, zoals de landbouw, daarbuiten, blijkt niet afdoende om natuur afdoende te beschermen. Is het tijd voor een andere aanpak, een nieuw natuurverhaal?


Theo Zeegers 
Projectleider bij EIS Kenniscentrum Insecten
"Smile! You are on insect camera!"
Het monitoren van trends van insecten blijkt bijzonder arbeidsintensief. Met automatische insecten camera's kunnen we vliegende insecten tellen, herkennen en zelfs hun biomassa schatten. En dat alles geautomatiseerd! In 2019 hebben we de eerste 90 camera's gedraaid in zowel natuur-, agrarisch als stedelijk gebied. Ik presenteer de eerste resultaten van deze baanbrekende nieuwe techniek.



Lees hoe u zich aan kunt melden als deelnemer op de pagina Aanmelden