Ecologica

 

Terug naar de hoofdpagina...
Overzicht van lezinghouders en betrokken organisaties
De presentaties samengevat...
Locatie en bereikbaarheid van het symposium...
Contact en aanmelding...
 
Website van Ecologica, organisator van dit evenement

Symposium Ecologie en de praktijk

Impressie van 2014

Het symposium Ecologie en de praktijk 2014 is inmiddels voorbij. Dankzij de inzet van alle sprekers en standhouders, de medewerkers van het Evoluon en van Ecologica en natuurlijk alle deelnemers was het een groot succes. Dank aan alle betrokkenen!

Sprekers
Het symposium omvat in totaal 21 presentaties (21 verschillende organisaties), verdeeld over 3 thema’s:

  • Wetgeving, beleid en communicatie
  • Onderzoek en monitoring
  • Natuurherstel en -beheer in de praktijk

Onderstaand overzicht vat samen hoe de sprekers over de 3 thema's verdeeld zijn.

Wetgeving, beleid en communicatie Onderzoek en monitoring Natuurbeheer in de praktijk
Gemeente OirschotGemeente Oirschot
Wilco van den Berg en Rob Voets

Is de Gemeente Oirschot biodivers?

Bureau WaardenburgBureau Waardenburg
Rob van de Haterd

Inzet van drones bij natuuronderzoek

Ecologica
EIS-Nederland
Ivo Raemakers en Menno Reemer

Wilde bijen in het natuur- en groenbeheer

Ecologica
EIS-Nederland
Gemeente TilburgGemeente Tilburg
Mischa Cillessen

Generieke Aanpak Natuur

Leren van meetnetten in stedelijke natuurBureau Stadsnatuur Rotterdam
Niels de Zwarte

Leren van meetnetten in stedelijke natuur

InnovirensInnovirens
Maarten Grasveld

Biodiversiteit in openbaar groen: methoden om kansen waar te maken

SOVONSOVON
Rob Vogel en Henk Sierdsema

Het belang van NL buiten de EHS voor verplichtingen vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn

VNOGVeiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
Constantijn Kok MBA

Vegetatieve brandpreventie: compartimentering van natuurgebieden

Gemeente OssGemeente Oss
Nina van Schagen

Schapenbegrazing in de stad

zoogdierverenigingZoogdiervereniging
Maurice La Haye

De terugkeer van grote zoogdieren in Nederland: actualiteit en verwachting

Instituut voor Natuur- en BosonderzoekInstituut voor Natuur- en Bosonderzoek
Kris Vandekerkhove

Bosdynamiek en biodiversiteit in Vlaamse bosreservaten

Stichting BargerveenStichting Bargerveen
Gert-Jan van Duinen

Herstel van heide- en hoogveenlandschappen: herstel van gradiënten

EZ, Directie Natuur en BiodiversiteitEZ, Directie Natuur en Biodiversiteit
Dick Bal

Stikstofdepositie en Natura 2000: een PASsend antwoord

Instituut voor Natuur- en BosonderzoekInstituut voor Natuur- en Bosonderzoek
Luc De Keersmaeker

Hoogwaardige vegetatie na bebossing van landbouwgronden

NVWA, Team invasieve exotenNVWA, Team invasieve exoten
Johan van Valkenburg

Aanpak uitheemse probleemplanten

Ecologica
Grontmij
Cailin partners
Maartje Bleeker, Rob van Schijndel en Bowine Wijffels

Kansenkaart Biodiversiteit Eindhoven

Ecologica
Grontmij
Cailin Partners
Waterschap Roer en OvermaasWaterschap Roer en Overmaas
Rob Gubbels

Visfauna-ontwikkeling in de Geleenbeek 1900-2012

AlterraAlterra
Piet Verdonschot

Dood hout in beken; kennis en ervaringen uit de praktijk

NatuurmonumentenNatuurmonumenten
Laura Bromet

Marker Wadden

B-WAREB-WARE
Fons Smolders

Ontwikkeling van Broekbossen

NatuurmonumentenNatuurmonumenten
Han ten Seldam

Grote kadavers in het bos


Wetgeving, beleid en communicatie

  • Is de Gemeente Oirschot biodivers?
    Gemeente Oirschot, ing. Wilco van den Berg en ing. Rob Voets
    Gemeente Oirschot is hard bezig om het buitengebied vitaal en leefbaar te houden door middel van allerlei projecten, gebundeld in een langlopend meerjarenprogramma. De afgelopen 10 jaar hebben we een groot netwerk van deelnemende partijen opgebouwd. Het Biodiversiteitactieplan gemeente Oirschot is hiervan een onderdeel en heeft een doorlooptijd van 2009 t/m 2015. Ondanks dat de financiële middelen relatief beperkt zijn, is het actieplan een succes gebleken, doordat wij in het beginstadium de maatschappij actief hebben gestimuleerd. Dit heeft onder andere geresulteerd in twee goed lopende burgerinitiatieven en nauwere samenwerking met scholen en terreinbeheerders. Hierna hebben wij vooral een faciliterende rol aangenomen. Een andere succesfactor is de continuïteit en de flexibiliteit van verschillende deelprojecten. Vanaf nu gaat de monitoring van de resultaten meer nadruk krijgen, zodat we ook weten wat het heeft opgeleverd. Communicatie verdient ook nadrukkelijk meer aandacht. We zijn niet gewend om onze successen te vieren en dus te delen, terwijl er wel veel is om over te presenteren.

  • Generieke Aanpak Natuur, theorie en praktijk
    Gemeente Tilburg, Mischa Cillessen
    Meestal wordt voor iedere afzonderlijke ontwikkeling in het kader van de Flora- en faunawet een ontheffing aangevraagd als streng beschermde soorten worden geschaad. Inmiddels is het echter mogelijk een generieke ontheffing aan te vragen voor diverse grote of kleinschalige ontwikkelingen samen: de Generieke aanpak natuur. In een praktijkvoorbeeld worden de stappen voor een generieke aanpak natuur doorlopen die Tilburg tot nu toe heeft genomen om via een flora en fauna-onderzoek en soortenmanagementplan te komen tot een generieke ontheffing van de Flora- & Faunawet voor gebouwbewonende soorten (vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen). De stappen worden inhoudelijk toegelicht waar het onderzoek en vooral het soortenmanagementplan aan moet voldoen om een generieke ontheffing te kunnen verkrijgen.

  • Het belang van Nederland buiten N2000/EHS voor instandhoudingsverplichtingen vanuit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn
    ir. Henk Sierdsema, SOVON
    De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (VHR) kennen een ‘gebiedenspoor’ en een ‘soortenspoor’. Het gebiedenspoor is het Natura 2000-netwerk, een belangrijk instrument om de Europese biodiversiteit op peil te houden. Maar ook het ‘soortenspoor’ verplicht de EU-lidstaten tot maatregelen om de VHR-soorten op het gewenste niveau te houden. Dit is met name bij de vogels een pittige opgave, omdat voor alle inheemse soorten conform de Vogelrichtlijn instandhoudingsmaatregelen aan de orde kunnen zijn. Hoe werken de verschillende internationale en nationale beschermingsregimes als het gaat om actieve instandhoudingsmaatregelen? Wat zijn de (beleids)instrumenten die ingezet kunnen worden om de soorten van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn die nu tussen wal en schip vallen op het gewenste niveau te brengen of te houden? Deze presentatie gaat daar nader op in.

  • De terugkeer van grote zoogdieren in Nederlandse ecosystemen: actualiteit en verwachting, van wolf tot wild zwijn.
    ir. Maurice La Haye, Zoogdiervereniging
    Allerlei grotere soorten zoogdieren breiden zich uit in en rond Nederland. Soms geholpen door herintroductie en soms op eigen kracht (ondanks toenemende ruimtelijke ontwikkelingen). In de actualiteit krijgen wolf en wild zwijn veel aandacht, maar er zijn veel meer succesvolle grotere zoogdieren: bever, boommarter, otter en das. Wat kunnen we de komende jaren verwachten en welke consequenties heeft dat voor beheerders en beleidsmensen, bijvoorbeeld bij gemeenten en provincies?

  • Stikstofdepositie en Natura 2000: een PASsend antwoord
    ir. Dick Bal, EZ, Directie Natuur en Biodiversiteit
    Voor de europees beschermde natuurgebieden in Nederland is stikstof één van de grootste bedreigingen. Al meer dan een halve eeuw komt er teveel stikstof uit de lucht, met verzuring en vermesting tot gevolg. Om erger te voorkomen, kunnen er geen vergunningen worden gegeven voor uitbreiding van economische activiteiten. Dit heeft tot een impasse geleid. Daarom is de afgelopen jaren hard gewerkt aan een oplossing die zowel voor de natuur als voor de economie aanvaardbaar is: de Programmatische Aanpak Stikstof. Maar hoe werkt de PAS eigenlijk? In het kort komen de opzet van het programma, herstelecologie en praktische toepassing aan de orde. Hierbij wordt zowel ingegaan op de achtergrond en inhoud, als op de actualiteit en de komende periode.

  • Kansenkaart Biodiversiteit Eindhoven
    dr. Maartje Bleeker, Ecologica, ing. Rob van Schijndel, Grontmij en Bowine Wijffels, Cailin partners
    Bijna elke ruimtelijke ontwikkeling biedt kansen om ook iets voor de natuur te doen. Als deze kansen tijdig gesignaleerd worden, is het meestal goed mogelijk er iets mee te doen. Veel initiatiefnemers moeten echter handvatten krijgen om de kansen te zien en deze eenvoudig op te kunnen pakken. Een regenwaterbuffer kan een met folie afgewerkt bassin zijn, maar voor het zelfde geld maak je er een libellenparadijs van. Een rotonde kan grijs, maar ook heel bloemrijk worden aangekleed. De Kansenkaart Biodiversiteit geeft projectleiders en initiatiefnemers bij de start van een project concrete en locatiespecifieke tips om een positieve bijdrage te leveren aan de biodiversiteit. Deze presentatie geeft aan welke doelen de gemeente Eindhoven heeft met de kansenkaart en hoe deze zijn gerealiseerd. Ook het communicatietraject krijgt specifiek aandacht.

  • Marker Wadden
    drs. Laura Bromet, Natuurmonumenten
    Marken Wadden is een uniek plan voor de aanleg van natuureilanden in het Markermeer. Het ontwerp pakt het slibprobleem aan en verrijkt het Markermeer met natuurlijke oevers. Met Marker Wadden brengt Natuurmonumenten het Markermeer weer tot leven. Het Markermeer (70.000 ha groot) heeft namelijk nagenoeg geen natuurlijke oevers en bij veel wind is het water troebel door de grote hoeveelheden slib. Met Marker Wadden pakt Natuurmonumenten beide problemen aan. We vangen het slib op en maken er eilanden met natuuroevers van. Bedreigde dieren en planten profiteren. Tegelijkertijd maken we het Markermeer aantrekkelijker. Zo zijn de nieuwe natuureilanden straks toegankelijk voor natuurliefhebbers en watersporters. Voor de aanleg van het eerste natuureiland is 15 miljoen euro beschikbaar uit het Droomfonds van de Postcode Loterij en het kabinet investeert nog eens 30 miljoen. De verwachting is dat de aanleg van het eerste deel van 1000 ha in 2015 daadwerkelijk van start gaat. Intussen gaat de zoektocht naar financiering verder, want het streven is dat Marker Wadden uiteindelijk een omvang krijgt van 10.000 hectare.

Onderzoek en monitoring

  • Inzet van drones bij natuuronderzoek
    drs. Rob van de Haterd, Bureau Waardenburg
    Het gebruik van drones door het Amerikaanse leger is zo vaak in het nieuws geweest dat je bijna zou vergeten dat er ook vreedzame toepassingen zijn. Met kleine zusjes van de drone kunnen haarscherpe luchtfoto's en films gemaakt worden, met een veel hogere resolutie dan traditionele luchtfoto's. In de presentatie komen diverse toepassingen in het natuuronderzoek aan bod, zoals onderzoek aan watervegetaties, faunatellingen of het maken van voorlichtingsfilms. Daarnaast wordt ingegaan op de technische en praktische beperkingen, de recent veranderde wetgeving en mogelijke ontwikkelingen in de toekomst.

  • Leren van meetnetten in stedelijke natuur
    Niels de Zwarte, Bureau Stadsnatuur Rotterdam
    Bureau Stadsnatuur heeft op het gebied van natuurmeetnetten ruime ervaring in onder meer de gemeente Leiden, diverse Rotterdamse parken en het havengebied Rotterdam. Een natuurmeetnet is een efficiënte methode om de diversiteit aan flora en fauna in kaart te brengen. Tegenover een relatief lage onderzoeksinspanning staat een grote hoeveelheid nuttige informatie over verspreiding en (bio)diversiteit. Met behulp van statistische analyse, dezelfde als voor het NEM gebruikt wordt, kunnen lokale trends worden berekend na 3 meetjaren. Met een meetnet kan de lokale stand van de biodiversiteit worden gemeten en uitgezet tegen de landelijke ontwikkeling. Zo ontdekken we of het gevoerde beheer of beleid effectief is. Met de uitkomsten van een meetnet kan concrete actie worden ondernomen door de terreineigenaar: het beheer voortzetten of wijzigen, het gebied anders inrichten of het opstellen van specifiek beleid. In deze presentatie wordt uitgelegd hoe een dergelijk meetnet werkt en wat de voor- en nadelen zijn. Uiteraard ondersteund met diverse voorbeelden uit de praktijk. Interessant voor onderzoekers en terreineigenaren!

  • Vegetatieve brandpreventie: compartimentering van natuurgebieden
    Constantijn Kok, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
    Onbeheersbare natuurbranden kunnen via natuurlijke compartimentering beperkt worden. Een terreinbeheerder kan gezamenlijk met de brandweer inzicht krijgen in welke gevolgen een natuurbrand heeft binnen zijn natuurterrein. De vijf stappen om te komen tot een advies worden toegelicht evenals de gezamenlijke maatregelen die genomen kunnen worden. De vegetatieve brandpreventiemaatregelen passen binnen het natuurgebied en kunnen per natuurgebied verschillen. Praktijkvoorbeelden: Duingebied Schouwen-Duiveland, het Voornes Duin en Dwingelderveld. Het gezamenlijke doel is kwetsbare natuur te beschermen en (ecologische, economische en maatschappelijke) nevenschade te beperken.

  • Bosdynamiek en biodiversiteit in Vlaamse bosreservaten: nieuwe kennis voor de praktijk
    ir. Kris Vandekerkhove, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)
    Al ruim tien jaar voert het INBO onderzoek uit in de Vlaamse bosreservaten. Daarbij kijken we niet alleen naar de processen van spontane bosdynamiek, maar ook naar hun betekenis voor biodiversiteit en natuurwaarde. De kennis die we daarbij opdoen vertalen we ook steeds zoveel mogelijk door naar beleid en praktijk van natuur- en bosbeheer. Vooral de resultaten die niet in de lijn van de verwachtingen liggen zijn hierbij interessant, en helpen ons om ‘out of the box’ te denken. Een aantal van de belangrijkste en meest opmerkelijke bevindingen wordt voor u op een rijtje gezet. Onder andere eeuwenoude beukenbossen, zwammen en kevers van dood hout, en bijen in homogene dennenbossen passeren de revue.

  • Hoogwaardige vegetatie na bebossing van landbouwgronden: knelpunten en mogelijkheden voor de beheerder
    dr. ir. Luc De Keersmaeker, Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO)
    De ontwikkeling van ecologisch waardevolle bossen is een traag proces en de restauratie van waardevolle bossen is hierdoor niet vanzelfsprekend. Het INBO bestudeert al geruime tijd de vegetatieontwikkeling in bossen die recent zijn ontstaan op landbouwgronden en die in min of meerdere mate zijn bemest. Uit dit langlopende onderzoek blijkt dat planners en beheerders toch nog heel wat mogelijkheden hebben om dit trage proces te versnellen. Naast de factor tijd zijn ook de ruimtelijke configuratie van de bospercelen, de aanwezige boomsoort, de lichtomstandigheden en bodemkenmerken sturende factoren voor de vegetatieontwikkeling. We overlopen het relatieve belang van deze factoren en de wijze waarop we al of niet kunnen sturen door beheer en inrichting.

  • Onderzoek naar de visfauna-ontwikkeling in de Geleenbeek tussen 1900 en 2012
    drs. Rob Gubbels, Waterschap Roer en Overmaas
    Vaak wordt bij beekherinrichtingen gezocht naar een historische referentie, niet alleen ten aanzien van beekmorfologie, maar ook ten aanzien van voorkomen en verspreiding van vissen. De historische situatie kan houvast bieden bij of is soms zelfs uitgangspunt voor actueel beekherstel. De tijd voor gedegen historisch onderzoek ontbreekt echter vaak.
    Uitgebreid onderzoek naar de visstandontwikkeling in het stroomgebied van de Geleenbeek in de afgelopen eeuw leidde tot opvallende inzichten ten aanzien van het reeds uitgevoerde en toekomstig beekherstel, de historische en na te streven visfauna en de reactivering van watermolens.

  • Ontwikkeling van broekbossen
    Fons Smolders, B-ware
    Broekbossen (‘Alluviale bossen met Zwarte els en Gewone es’) vormen een belangrijke ecosysteemcomponent in beekdalen. Ze worden gekenmerkt door een grote interne variatie aan structuren en abiotische condities en zijn mede daardoor zeer soortenrijk. Als gevolg van verdroging en ontginning is het areaal aan goed ontwikkeld broekbos de afgelopen halve eeuw fors afgenomen. Zowel in de beekdalen als in aangrenzende laagveen- en kleigebieden is landbouwgebied aangekocht voor de ontwikkeling van nieuwe natuur, al dan niet in combinatie met doelen op het gebied van waterberging en/of CO2-vastlegging. Het is niet realistisch te verwachten dat op al deze gronden beheerintensieve, korte vegetaties zullen worden ontwikkeld. Dat roept de vraag op welke mogelijkheden er liggen voor de ontwikkeling van broekbossen op voormalige landbouwgronden: welke typen broekbossen kunnen we hier op termijn verwachten? En aan welke condities moet worden voldaan bij de inrichting en het waterbeheer om op redelijke termijn soortenrijke broekbossen te laten ontstaan die bijdragen aan de biodiversiteit en de realisatie van Europese natuurdoelstellingen.

Natuurbeheer in de praktijk

  • Wilde bijen in het natuur- en groenbeheer
    ir. Ivo Raemakers, Ecologica en dr. Menno Reemer, EIS
    Wilde bijen zijn geen heel ‘gangbare’ soortgroep in de inventarisatie- en beheerplanning van natuur- en groengebieden. Ze spelen ook geen rol in de SNL-monitoring. Toch laten natuurbeheerorganisaties en gemeenten deze groep met enige regelmaat onderzoeken en proberen ze er rekening mee te houden in beheer en gebiedsontwikkeling. Deze presentatie zal ingaan op de waarde van bijeninventarisaties. Bieden ze iets extra’s ten opzichte van bijvoorbeeld dagvlinders, sprinkhanen en libellen? Is een bijeninventarisatie praktisch wel goed uitvoerbaar? Wat valt er met bijenkennis te doen in het beheer? En hoe belangrijk zijn ze eigenlijk voor het functioneren van levensgemeenschappen?

  • Biodiversiteit in openbaar groen: kies de juiste methode om kansen waar te maken.
    ir. Maarten Grasveld, Innovirens
    De kwaliteit van het openbaar groen staat sterk onder druk. Door bezuinigingen wordt aan alle kanten gesneden in de beheerkosten waardoor openbaar groen verdwijnt en ook bij nieuwe projecten is het openbaar groen het eerste waarop wordt bezuinigd. Terwijl de waarde van openbaar groen (voor de gezondheid, de woningwaarde, als medicijn tegen de stedelijke opwarming en niet in de laatste plaats de biodiversiteit) steeds meer aandacht heeft. Als bij aanleg van openbaar groen de goede methode wordt gekozen en de juiste expertise wordt ingezet, is met de beperkte middelen van nu veel te bereiken. De Integrale Beplantingsmethode Ruyten is zo’n methode die zorgt voor een hoge kwaliteit, directe belevingswaarde, hoge biodiversiteit en dat zelfs tegen veel lagere beheerkosten. Nieuwe aanleg en beheer van openbaar groen moet anders, want het kán anders.

  • Schapenbegrazing in de stad
    ing. Nina van Schagen, Gemeente Oss
    In 2011 is de gemeente Oss begonnen met schapenbegrazing aan de rand van de stad. Enkele motivaties om met schapenbegrazing te beginnen waren meer biodiversiteit en educatie. Met het inzetten van schapen als onderhoudsmaatregel liep de gemeente Oss tegen weerstand op van burgers. Maar er waren ook veel positieve reacties. Tijdens deze presentatie krijgt u onder andere uitleg over waar u tegen aan kunt lopen als u schapen in de stad brengt, maar ook wat het oplevert.

  • Herstel van heide- en hoogveenlandschappen vereist herstel van gradiënten
    dr. Gert Jan van Duinen, Stichting Bargerveen
    Van de vroegere heide- en hoogveenlandschappen zijn vaak alleen de meest voedsel- en mineralenarme onderdelen overgebleven. Herstelbeheer is hier gericht op het tegengaan van de negatieve invloed van verdroging, vermesting en verzuring. Hiermee zijn belangrijke successen behaald. Diverse karakteristieke soorten van hoogveen- en heidelandschappen hebben tot op heden echter niet geprofiteerd van deze maatregelen. Veel van deze soorten zijn niet gebonden aan de karakteristieke voedselarme delen van hoogveen of heide, maar gebruiken de combinatie van verschillende onderdelen van het landschap of gradiëntsituaties. Herstel van de biodiversiteit van heide- en hoogveenlandschappen vereist dus herstel van gradiënten en de ruimtelijke verbondenheid tussen hoogveen of heide en aangrenzende landschapstypen, zoals laagvenen, beekdalen of stuifzanden, maar ook landbouwgebieden.

  • Aanpak uitheemse probleemplanten
    dr. Johan van Valkenburg, NVWA, Team invasieve exoten
    Een plant die van buiten onze landsgrenzen komt, is niet per definitie een probleem. Kennis over de identiteit van de plant en de eigenschappen van de soort zijn essentieel om een overweging te kunnen maken van het eventuele risico van de nieuwe soort. Gebruiksvriendelijke hulpmiddelen voor identificatie en kennis over met name probleemsoorten is te vinden op http://www.q-bank.eu/Plants/. De aanpak van probleemplanten door de NVWA gebeurt altijd in nauwe samenwerking met terreinbeheerders. Voorbeelden van projecten met kleine waterteunisbloem, watercrassula en alsemambrosia illustreren de complexiteit van een effectieve aanpak.

  • Dood hout in beken; kennis en ervaringen uit de praktijk
    Prof. dr. ir. Piet Verdonschot, Alterra
    Alterra doet al ruim 10 jaar onderzoek aan kosteneffectieve maatregelen in beken. Eén van die maatregelen is het inbrengen van dood hout. Uit een grootschalig praktijkexperiment in 7 beken is gebleken dat het inbrengen van dood hout een grote kostenbesparing geeft, omdat met een zeer eenvoudige ingreep grote ecologische winst is behaald. Naar schatting levert houtinbreng evenveel op als beekhermeandering in termen van ecologische winst in de beek. Een gemiddeld beekhermeanderingsproject kost echter circa 100 keer meer dan een dood houtproject. Daarnaast levert het inbrengen van dood hout een positief resultaat in termen van waterberging. Door opstuwing wordt de absolute afvoer vertraagd. Dood hout inbrengen is meer dan het leggen van hout in de beek. Uit de experimenten is een specifieke aanpak naar voren gekomen die mede doelafhankelijk is. Ervaringen en kennis zullen worden gepresenteerd.

  • Grote kadavers in het bos.
    Han ten Seldam, Natuurmonumenten
    De discussie van dode dieren in natuurgebieden is zeer actueel. In het natuurgebied Planken Wambuis op de Zuidwest-Veluwe is er echter reeds een lange historie van kadavers in de bossen. Sinds 1980 zijn alle gegevens genoteerd m.b.t. de achtergebleven biomassa in het terrein. In het begin bestond dat hoofdzakelijk uit het ontweidsel van herten en wilde zwijnen, later kwamen daar de verkeersslachtoffers en de afgeschoten dieren bij. In de loop van de tijd heeft zich een verschuiving in hoeveelheid, plaats en tijd voorgedaan. Deze presentatie belicht met name de beheerpraktijk, maar ook beknopt de regelgeving. Ook de positieve effecten van kadavers in natuurterreinen worden aangestipt.


Foto-impressie van de dag...
(klik op foto voor grotere versie)


Plenaire opening
Karin Albers, Ecologica


Leren van meetnetten in stedelijke natuur
Niels de Zwarte, Bureau Stadsnatuur Rotterdam


Wilde bijen in het natuur- en groenbeheer
Ivo Raemakers, Ecologica


Naar een hogere biodiversiteit in openbaar groen
Maarten Grasveld, Innovirens


Vegetatieve brandpreventie
Constantijn Kok, VNOG


Stikstofdepositie en Natura 2000
Dick Bal, EZ


Grote kadavers in het bos
Han ten Seldam, Natuurmonumenten


Is de Gemeente Oirschot biodivers? Wilco van den Berg en Rob Voets, Gemeente Oirschot


Inzet van drones bij natuuronderzoek
Rob van de Haterd, Bureau Waardenburg


N2000-soorten buiten EHS
Henk Sierdsema, SOVON


Schapenbegrazing in de stad
Nina van Schagen, Gemeente Oss


Lunchpauze in de zon


Lunchpauze in de zon


Stands


Pauze


Stands


Kansenkaart Biodiversiteit Eindhoven
Rob van Schijndel, Grontmij
& Maartje Bleeker, Ecologica


Dood hout in beken
Piet Verdonschot, Alterra


Bosdynamiek en biodiversiteit in bosreservaten, Kris Vandekerkhove
INBO


Bebossing van landbouwgronden
Luc De Keersmaeker, INBO

Borrel

Voor een impressie van ons symposium in 2013 zie hier.


© Ecologica BV
13-01-17