Ecologica

Ecoducten Oss en Leende

Opdrachtgever: BAM Civiel Zuidoost

Ecoduct Groote Heide Achtergrond
BAM-Civiel werkt aan de aanleg van 4 ecoducten in opdracht van de Provincie Noord-Brabant. Staatsbosbeheer en Brabants Landschap zijn indirecte opdrachtgevers. Zij zijn naast Rijkswaterstaat ook de toekomstige beheerders. Voor de inrichting van de ecologische zone op de ecoducten, de ‘leeflaag’, zijn schetsen gemaakt en allerlei voorwaarden geformuleerd waaraan de ecoducten moeten voldoen. Ecologica heeft voor BAM op basis van deze stukken voor elk ecoduct het definitieve ontwerp voor de leeflaag opgesteld. Dit is vastgelegd in een inrichtingsplan.

Plangebieden
De ecoducten zijn onderdeel van twee ecologische structuren. Bij Oss overbrugt het ecoduct ‘Herperduin’ de A50 en verbindt het bosgebied ten oosten van Oss met de ecologische verbindingszone ’t Mun. Deze loopt door naar het tweede ecoduct ‘Maashorst’ over de N324 waarmee de verbinding met de bos- en heideterreinen van de Schaikse heide en de verder gelegen Maashorst wordt gerealiseerd. Het andere duo gaat de Groote heide bij Valkenswaard weer groot maken. Het ecoduct ‘Groote heide’ overbrugt de A2 bij Leende waardoor de gebieden Groote heide en Valkenhorst weer met elkaar zijn verbonden. In zuidelijke richting gaat het ecoduct ‘Leenderbos’ over de N396 en verbindt Valkenhorst met het Leenderbos.

Doelstelling
De ecoducten moeten een aantrekkelijke migratieroute zijn voor een scala aan dieren van bos, heide en vennen. Voorbeelden zijn de das, boommarter, vleermuizen, levendbarende hagedis, heikikker, kamsalamander, nachtzwaluw, sprinkhanen, vlinders en allerlei andere insecten.

Uitwerking
Ecoduct Groote Heide Deze doelsoorten hebben verschillende voorkeuren voor een migratieroute en daarom lopen meerdere zones parallel aan elkaar over de ecoducten. Een strook struweel geeft dekking aan grotere zoogdieren en vormt een geleidend element voor vleermuizen. Langs de zonzijde van het struweel loopt een bloemrijke ruigte die voor insecten de oversteek aantrekkelijk maakt. Daarnaast loopt een brede heidezone met plekken open zand. Hier moeten warmteminnende insecten van de heide zich thuisvoelen. De zone loopt licht af in dwarse richting en gaat via vochtige heide over in een natte zone met plasjes. Deze natte zone dient de oversteek voor de amfibieën te vergemakkelijken. Dit was het meest uitdagende onderdeel van de ecoducten, omdat deze zone enerzijds zo lang mogelijk nat moet blijven, maar anderzijds slechts gevoed kan worden door regenwater. De vochtige zone wordt daarom opgebouwd als een lange kuip van compacte leem die het water in de zone houdt. Deze kuip wordt opgevuld met leemhoudend zand, dat makkelijk water opneemt en het vervolgens lang vasthoudt. Op de aanlooptaluds naar het brugdek wordt de zone als een cascade met ondiepe plasjes afgewerkt. Zo wordt het afstromen van regenwater zoveel mogelijk vertraagd. Als het water eindelijk beneden aankomt wordt het in een poel opgevangen die als ‘vertrekstation’ voor de kikkers en salamanders moet gaan fungeren. We zijn erg benieuwd hoe nat de zone in de praktijk zal blijven. Ongetwijfeld zullen natte en droge zomers tot duidelijke verschillen leiden, maar we zijn ervan overtuigd dat de zone een geschikte route zal zijn voor amfibieën. Zeker ook omdat naast de natte zone een stobbenwal wordt geplaatst en die hebben al vaak bewezen volop door amfibieën en kleine zoogdieren te worden gebruikt. Bovenop de stobben is het weer prima zonnen voor vele insecten en de levendbarende hagedis.

Realisatie
De ecoducten worden alle vier in 2013 aangelegd. Ecologica begeleidt de uitvoering en houdt in de gaten of maatregelen die zijn genomen om effecten op flora en fauna te beperken goed functioneren.

Voor meer informatie neem contact op met Karin Albers.


Klik hier om dit window te sluiten... Klik hier om de hoofdpagina van deze site te openen...