Ecologica

 

Welkom op de website van Ecologica
Nieuwsberichten...
Schets van projecttypen waarvoor u bij ons terecht kunt...
Een overzicht van uitgevoerde projecten...
Overzicht van aangeboden cursussen...
De personen achter Ecologica...
Informatie over vacatures binnen Ecologica...
Wanneer u meer informatie wenst...
 
Symposium ecologie en de praktijk...
Natuurfotografie door Tim Faasen...
grote keverorchis - © Tim Faasen

Wet Natuurbescherming

 

Samenvatting wijzigingen natuurwetgeving; situatie 10 april 2017
De Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet zijn opgegaan in één nieuwe wet, de Wet natuurbescherming. De oude wetten blijven hierin grotendeels herkenbaare in losse hoofdstukken. De grote lijn blijft dus gelijk, maar er zijn desalniettemin diverse relevante zaken wel veranderd. De belangrijkste veranderingen hebben we hier op een rij gezet.

Algemeen

  • Veel verantwoordelijkheden liggen nu bij de Provincies, waaronder vrijwel alle ontheffingen, vergunningen, meldingen, handhaving en uitvoering van het beleid.
  • Vooral met betrekking tot de soortenbescherming en omgang met houtopstanden heeft de decentralisatie naar de provincies geleid tot verschillende uitwerkingen van de soortenbescherming per provincie. In de beantwoording van vragen van de Kamers aan de Staatssecretaris is door de Staatssecretaris expliciet aangegeven dat regionale verschillen beoogd zijn door de decentralisatie, zodat beter recht wordt gedaan aan regionale verschillen in beheer en het bereiken van natuurdoelstellingen. De verschillen per provincie uiten zich met name in een verschil in algemeen vrijgestelde soorten, regels aan ontheffingsaanvragen en een verschil in interpretatie van de verbodsbepalingen. Ook zijn er grote verschillen in de communicatie
  • Het Rijk behoud echter het bevoegd gezag en de verantwoordelijkheid voor verlenen ontheffing en vrijstelling voor handelingen en projecten in gebruik, beheer of aanleg door het rijk, zoals hoofdwegen, spoorwegen, hoofdvaarwegen Tracéwet, waterkeringen, militaire terreinen, gastransportnet, hoogspanningsleidingen, delfstoffen, kustlijn, bepaalde visserij, activiteiten Koninklijk Huis, etc. Het rijk moet dus ook een eigenstandig vrijstellingsbesluit opstellen, naast de verordeningen van de provincies!
  • In de officieel gepubliceerde wettekst in het Staatsblad is opgenomen dat, indien een omgevingsvergunning aangevraagd moet worden, de ontheffingsaanvragen voor soorten en de vergunningaanvragen voor gebieden verplicht aanhaken bij de omgevingsvergunning. De gemeente is dan het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning, voor het onderdeel natuur blijft de provincie het bevoegd gezag en toetst inhoudelijk omgevingsvergunningen met een component natuur. De gemeente is verantwoordelijk voor de volledigheidstoets, wat naar verwachting leidt tot een verhoging aan aanvragen voor een omgevingsvergunning met een component natuur. Het inwerkingtredingsbesluit van de Wet natuurbescherming heeft deze verplichting geschrapt door de betreffende bepalingen in de wet niet in werking te laten treden. Daarnaast worden de specifieke wetsartikelen geschrapt of gewijzigd middels de Aanvullingswet Natuur, bij aanhaking van de Wet Natuurbescherming aan de Omgevingswet.
  • De beslistermijn op ontheffings- of vergunningsaanvragen is gelijk getrokken en wordt wettelijk 13 weken met maximaal 7 weken verlenging. Binnen de omgevingsvergunning zal de termijn (uitgebreide procedure) 26 weken blijven. Ook de bezwaar- en beroepsprocedures zijn gelijkgetrokken: beroepen in het kader van een omgevingsvergunning worden eerst bij de regionale rechtbank behandeld, waarna bij een vervolgprocedure een beroep bij de Raad van State wordt behandeld. Dit is qua procedures tevens gelijkgetrokken met de procedures in de Omgevingswet, waar de Wet Natuurbescherming straks bij wordt aangehaakt.
Gebiedenbescherming (Natura2000-gebieden)
  • Beschermde Natuurmonumenten zijn vervallen. Deze vallen vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) en houden dus via deze wegen indirect wel bescherming, zij het niet in dezelfde mate.
  • Binnen de bestaande aanwijzingsbesluiten vervallen complementaire doelen en ontwikkeldoelen (= nationale doelen bovenop de Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnvereisten).
  • Voor uitvoering van maatregelen ten behoeve van Natura2000-doelen en uitgewerkt in een vastgesteld beheerplan is geen vergunning meer nodig in het kader van de nieuwe wet. Deze maatregelen, waaronder de PAS-maatregelen (!), moeten wel worden getoetst op het effect op instandhoudingsdoelstellingen. Andere Natura2000-doelen dan beoogd door de uit te voeren maatregelen mogen uiteraard niet ten koste gaan van het project.
  • Er is tevens geen ontheffing nodig voor beschermde soorten voor maatregelen in vastgestelde beheerplannen ten behoeve van Natura2000-doelen. Ook voor soorten geldt dat de maatregelen onveranderd moeten worden getoetst en de zorgplicht van toepassing blijft. Indien een effect optreedt, moet deze worden gemitigeerd of gecompenseerd.
  • De huidige PAS is onveranderd opgenomen in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Besluit Natuurbescherming, behorende bij de nieuwe wet.
  • Indien een plan is beoordeeld in een ander kader, hoeft er geen nieuwe passende beoordeling te worden opgesteld (als er niets is veranderd aan uitgangspunten). Tevens is er geen verplichting meer om een MER op te stellen bij de noodzaak van een passende beoordeling voor een plan. Dit laatste is overigens wel een verplichting in andere wetgeving (waaronder de Wet Milieubeheer), zodat alsnog een passende beoordeling moet worden opgesteld bij een plan-MER.
  • Er is volgens de verordeningen van provincies in iedere provincie een vrijstelling opgenomen van de vergunningsplicht (art 2.7, lid 2) voor het beweiden en bemesten van agrarische percelen.
  • In een aantal provincies (onder meer Noord-Brabant en Zuid-Holland) is in de verordening opgenomen dat de toedeling van de ontwikkelruimte conform de PAS-regeling voor segment 2 projecten, worden verdeeld op basis van de volgorde van ‘ontvankelijke’ aanvragen. Dat wil zeggen de aanvragen die volledig zijn en als ontvankelijk zijn verklaard en niet de datum van binnenkomst van een aanvraag. Mogelijk wordt dit in meerdere provincies doorgezet.
  • Verder hebben provincies de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, op basis van een provinciale natuurvisie (art. 1.7 i.s.m. art. 1.12, lid 3). De bijzondere provinciale natuurgebieden vormen een instrument om belangrijke leefgebieden van soorten en habitattypen te beschermen of om de gunstige staat van instandhouding van Europees beschermde soorten te behouden of herstellen. De beschermde status is enigszins onduidelijk, maar gezien het feit dat art. 1.12, lid 3 een navolging lijkt van art. 1.12, lid 2, lijkt het erop dat de bescherming van deze gebiedscategorieën vallen onder de EHS-regels (NNN) van de betreffende provincie.
  • Ook het Rijk heeft de bevoegdheid om naast Natura 2000-gebieden, zogenaamde ‘bijzondere nationale natuurgebieden’ aan te wijzen. Dit zijn gebieden die habitattypen of soorten herbergt van de Habitatrichtlijn, waar compensatie is uitgevoerd in het kader van Natura 2000 of gebieden die soorten of habitats herbergen die nodig zijn om de doelstelling op landelijk niveau te halen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden, indien zij kunnen bijdragen aan het halen van de instandhoudingsdoelstellingen, door het gebied op te nemen in de begrenzing van een bestaand of nieuw Natura 2000-gebied.
Soortenbescherming

Passieve soortenbescherming

  • De verbodsbepalingen met betrekking tot de bescherming van soorten zijn in grote lijnen onveranderd gebleven. Er is echter één belangrijk verschil met de voormalige Flora- en faunawet: de verbodsbepalingen uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn onveranderd en apart van elkaar opgenomen in de wet, daarnaast zijn enkele verbodsbepalingen opgenomen voor de ‘nationaal’ beschermde soorten. Dit heeft onder meer als consequentie dat de term ‘opzettelijk’ is toegevoegd bij verstoren/doden etc. Hieronder moet echter ook de zogenaamde ‘voorwaardelijke’ opzet worden verstaan. Dus als de initiatiefnemer zich er bewust van zou moeten zijn dat zijn handelingen kunnen leiden tot het overtreden van verbodsbepalingen, is er sprake van ‘opzettelijk’.
  • Volgens de wetgever is de intentie van de wet om beter aan te sluiten op de Europese richtlijnen en verdragen. Er wordt onder meer aangegeven met betrekking tot de Vogelrichtlijn dat verstoring van exemplaren alleen nog verboden is indien de gunstige staat van instandhouding in het geding is (wezenlijke invloed populatie) (art. 3.1, lid 4 en 5). Hoewel deze intentie wellicht is toegelicht in de Memorie van Toelichting en de vele Kamerstukken, staat in een ander verbodsartikel een verwijzing naar de Conventie van Bern, Bijlage II, met onder meer vogelsoorten opgenomen (art. 3.5). Voor deze lijst vogels is er toch onverkort een verbodsbepaling op het verstoren van exemplaren, ook al komt de gunstige staat van instandhouding niet in het geding (vergelijkbaar met de huidige situatie).
  • Voor vernielen of wegnemen van nesten geldt onverkort dat dit niet mag als het nest in gebruik is (in het broedseizoen). Ondanks dat het verstoren van een nest of rustplaats niet is aangegeven in een verbodsbepaling, moet het zodanig verstoren van broedende vogels of het nest zelf dat deze worden verlaten of niet kunnen functioneren als voortplantingsplaats worden gezien als een overtreding van de verbodsbepaling art. 3.1, lid 2 (vernielen nesten of rustplaatsen).
  • Een belangrijk verschil tussen de bescherming van Habitatrichtlijnsoorten en de ‘andere soorten’ (nationaal beschermde soorten, Bijlage onderdeel A en B) is dat voor de nationaal beschermde soorten geen verbod is opgenomen om deze opzettelijk te verstoren. Uiteraard is het wel verboden om deze soorten opzettelijk te doden, vangen, plukken of vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen.
  • De lijst met beschermde soorten is flink veranderd, met name op het gebied van vissen (kleine modderkruiper, bittervoorn en rivierdonderpad zijn niet meer beschermd, kwabaal wel) en planten (meeste orchideeen, klokjes en muurplanten niet meer beschermd, bedreigde akkeronkruiden wel). Ook ernstig bedreigde en bedreigde dagvlinders en libellen zijn toegevoegd. De soorten zoals opgenomen in de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Bijlage IV en de Conventies van Bern (Bijlage I en II) en Bonn (Bijlage I) veranderen natuurlijk niet en blijven streng beschermd. Op de volgende link is de Lijst Beschermde soorten Wet Natuurbescherming te vinden.
  • Grote verandering is dat een vrijstelling van de verbodsbepalingen nu ook voor ruimtelijke ingrepen gaat gelden, en niet alleen voor bestendig gebruik en beheer, voor zowel Vogel- als Habitatrichtlijnsoorten als wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Dit heeft dus grote gevolgen in de procedures met betrekking tot bijvoorbeeld vleermuizen, gierzwaluw en huismus.
  • In principe geldt voor alle opgenomen nationaal beschermde soorten (additioneel op de Europees beschermde soorten) een ontheffingplicht (ook voor algemene soorten als konijn en bruine kikker!). De soorten zijn niet ingedeeld in categorieën. De nieuwe bevoegde gezagen (provincies, maar ook het Ministerie van EZ zelf) hebben hiervoor vrijstellingsregelingen opgesteld (vergelijkbaar met de oude Tabel 1, 2 en 3). Deze zijn te vinden op blz. 14 van de Lijst Beschermde soorten Wet Natuurbescherming.
  • Hoewel in de wet de mogelijkheid tot een systeem van meldingen is opgenomen voor nationaal beschermde soorten, heeft het Ministerie uitgesproken hier vooralsnog geen gebruik van te maken.
  • Voor zowel Europees beschermde soorten als nationaal beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Er wordt minder uitgegaan van effecten op het individu. Dit lijkt aan de ene kant meer ruimte te bieden (want mitigerende en compenserende maatregelen zijn dan ook mogelijk op populatieniveau), maar aan de andere kant is wel inzicht nodig in de staat van instandhouding van populaties (mogelijk uitgebreidere onderzoeken).
  • De meeste provincies hebben aangegeven dat de nieuwe wet ‘beleidsarm’ is geďmplementeerd. In eerste instantie wordt het rijksbeleid aangehouden, waarbij verschillende provincies onder meer nadrukkelijk hebben aangegeven dat een aanvrager gebruik dient te maken van de huidige documenten van de RVO (o.a. Zuid-Holland), totdat de provincies geactualiseerde documenten hebben. BIJ12 is voor de provincies bezig met het opstellen van nieuwe ‘factsheets’ per beschermde soort, waarbij de beleidsmatige teksten vooralsnog worden verwijderd en de kennis over de soort wordt geactualiseerd. Ook wordt er gewerkt aan een actualisatie van de oude Handreiking Flora- en faunawet die in 2008 was opgesteld door het voormalige DLG. Deze geactualiseerde handreiking zal het nieuwe beoordelingskader nader vorm geven. Verder is aangegeven dat de huidige beleidslijn van de RVO die wordt gebruikt voor de huidige ontheffingverlening, waaronder de beleidslijn voor ontheffingen voor Tijdelijke natuur, wordt aangehouden.
  • Hoewel bovenstaande de intentie was van de provincies, hebben veel provincies echter een meer juridische interpretatie aangehouden van de wettekst. Dat wil zeggen, wat in de wettekst staat, dient letterlijk te worden aangehouden. Dit heeft grote consequenties voor de uitvoering van de wet door het Rijk of de provincies, met name met betrekking tot de omgang met nesten en voortplantings- en rustplaatsen. Het Rijk, en tot nu toe ook provincie Noord-Brabant, hanteren de stelregel dat als de ecologische functie van een nest of verblijfplaats te allen tijde behouden kan blijven (bijv. door het tijdig treffen van effectief bewezen maatregelen), er geen sprake is van het overtreden van de verbodsbepalingen. In dat geval is geen ontheffing nodig. De meeste provincies stellen juist dat, gezien de wettekst, er sprake is van een overtreding (en dus ontheffingsplicht) indien een nest of verblijfplaats fysiek wordt aangetast of vernield, ondanks vooraf getroffen effectief bewezen maatregelen. Dit heeft grote gevolgen, met name omdat voor de verlening van een ontheffing van Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten een geldig wettelijk belang nodig is. De op te voeren belangen onder de Europese richtlijnen zijn gericht op een groot openbaar maatschappelijk belang, volksgezondheid, openbare veiligheid of een belang voor de bescherming van flora en fauna. Veel voornamelijk particuliere initiatiefnemers kunnen dergelijke belangen niet opvoeren, waardoor ontheffingsverlening niet mogelijk lijkt voor relatief kleine of lokale projecten. Provincies hebben inmiddels aangegeven soepeler om te gaan met de wettelijke belangen, om toch ontheffing te kunnen verlenen.
Actieve soortenbescherming
  • Naast de passieve soortbescherming, zijn provincies verplicht actief soorten te beschermen conform art 1.7 (middels natuurvisie) en 1.12 (actieve soortbescherming), onder andere door bijvoorbeeld het opstellen van soortbeschermingsplannen. In dat kader kan een provincie soorten aanwijzen waarvoor een extra inspanning nodig is. In sommige provincies, zoals provincie Utrecht, worden ook gebieden aangewezen buiten de NNN en Natura 2000 om de staat van instandhouding van populaties te behouden of herstellen.
Bescherming bossen (Houtopstanden)
  • De herplantplicht van bos geldt niet voor maatregelen ten behoeve van natuurontwikkelingen (in het kader van het halen van instandhoudingsdoelstellingen N2000 en opgelegde mitigatie of compensatie in het kader van vergunningen of ontheffingen), creëren of onderhouden van brandgangen of houtkap voor biomassaplantages. Ook kunnen provincies vrijstellingsregels of nadere regels voor een ontheffing opstellen voor de herplantplicht.
  • De eisen voor herplant kunnen per provincie flink verschillen.
  • Voor boskap geldt een meldingplicht zoals nu ook bestaat, tenzij wordt gewerkt met een goedgekeurde gedragscode. Dat laatste is een nieuw instrument.
  • In sommige provincies is er geen ontheffingsmogelijkheid opgenomen van de herplantplicht (Zuid-Holland)! Daarnaast zijn er in de meeste provincies wel meer vrijstellingsmogelijkheden voor natuurontwikkeling, waaronder voor de ontwikkeling van gewenste natuurbeheertypen of als houtopstanden verloren gaan aan de hand van vernatting door natuurlijke processen of onderdeel anti-verdrogingsmaatregelen.
  • De provincies lijken met name aanvullende regels te hebben opgenomen bovenop de verplichtingen en mogelijkheden die in de wettekst staan. Inmiddels zijn er diverse besluiten gepubliceerd waar dit uit blijkt. Het is dus niet zo, dat als een provincie geen ontheffingsmogelijkheid heeft aangegeven van de herplantplicht, dat dit ook daadwerkelijk niet mogelijk is. De wettekst geeft namelijk deze mogelijkheid wel.
Opmerkingen bij wat niet verandert
  • Voor zover beleid op nationaal niveau moet worden uitgewerkt, blijft het rijk verantwoordelijk.
  • Natura2000, Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden, doelstellingen, beheerplannen etc. zullen niet direct veranderen.
  • De zorgplicht blijft, maar is wel iets anders geformuleerd en heeft naast de zorgplicht voor soorten ook een zorgplicht opgenomen voor Natura2000-gebieden.
  • Vermoedelijk blijft de huidige benadering van jaarrond beschermde nesten van vogels onveranderd; het fenomeen ‘vogels met jaarrond beschermde nesten’ volgt uit uitspraken van het Europees Hof. Of en hoe de provincies de huidige lijst blijven hanteren, is vooralsnog onduidelijk. Het Rijk (EZ) heeft de voormalige lijst wederom onveranderd gepubliceerd.
  • Gedragscodes blijven onveranderd van toepassing, al is hiervan wel een actualisatie nodig om ze optimaal te kunnen blijven benutten (b.v. door de verandering van soorten). Goedkeuring en verlenen van vrijstellingen middels gedragscodes blijft ook onder het gezag van het ministerie. Doordat er per provincie aparte vrijstellingsregelingen zijn opgesteld, zal de geldige toepassing van landelijke gedragscodes goed moeten worden afgestemd met de provincies.
  • De ‘Lex silencio positivo’ (dat er automatisch ontheffing wordt verleend als er geen besluit is genomen) is uit een eerdere versie van het voorstel geschrapt en zal dus ook in de nieuwe wet niet gelden.
Planning
Door de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming per 1 januari 2017 is er behoefte aan duidelijkheid of kan worden gewerkt onder een vrijstelling of dat een ontheffing nodig is voor beheer, onderhoud of ruimtelijke ingrepen. Om hierover helderheid te verschaffen heeft Ecologica twee stroomschema's gemaakt (conform provincies excl NBr / conform EZ, RVO en NBr). Tevens heeft Ecologica een toelichting hierop gemaakt en een bijbehorende lijst beschermde soorten om u wegwijs te maken in de soortenbescherming onder de nieuwe natuurwet.
Voor vragen of opmerkingen kunt u terecht bij Sander Hunink (sander.hunink@ecologica.eu / 0495-462070).

Wilt u weten welke consequenties voor uw project spelen bij de nieuwe wet? Neem dan gerust contact met ons op.

© Ecologica BV
13-07-18